 |
Er is een steeds grotere vraag naar identiteit: wie ben ik,
waar sta ik voor en hoe gedraag ik me? Waarbij woorden als
authenticiteit (echt, origineel, betrouwbaar, oprecht,
kwaliteit, passie), integriteit (what you see is what you
get) en duurzaamheid (wat we nemen, geven we ook terug)
veelvuldig genoemd worden.
Een mooie gelegenheid om ook het dilemma te doorbreken dat
we steeds maar willen ontsnappen aan onze gegeven,
oorspronkelijke identiteit en ongelooflijk veel energie
stoppen in het vinden en maken van een nieuwe identiteit
(eentje die kennelijk wel goed genoeg is). In feite is deze
zoektocht naar de nieuwe en betere identiteit een
regelrechte afwijzing van de oorspronkelijke. Die meer kapot
maakt dan je denkt.
Op weg naar je eigen identiteit, je eigen kern, je leidraad,
je eigenheid die goed genoeg is voor jezelf, ongeacht de
mening van anderen, dat wordt met identiteit bedoeld. De
rest is imago, façade of masker.
Jan Peter van Doorn helpt mensen en bedrijven helderheid te
krijgen over hun identiteit. Waarbij we identiteit simpel
definiëren als ‘wie ben ik, waar sta ik voor en hoe wil ik
handelen’.
Bloeiende identiteiten
Een evenwichtige, neutrale, authentieke identiteit (‘ik ben
goed genoeg’) doet je beter op je eigen plek staan en maakt
je minder afhankelijk van wat er buiten je gebeurt. Waardoor
je je onbevangener, opener, helderder en creatiever kan
bewegen. Geen last meer om voortdurend mee te torsen. Met
meer vertrouwen in jezelf en in de omgeving. Je identiteit,
dat ben jezelf. Je moet alleen steeds veranderen om jezelf
te blijven. Niet om iemand anders te worden.
Voor mij gaat het er om de persoonlijke identiteit te
versterken en de identiteit van de onderneming of instelling
helder te krijgen en te verankeren, waardoor zij in ‘een
onafhankelijke verbondenheid’ kunnen bloeien.
Als je zin hebt om de koe bij de horens te pakken en je bent
‘particulier’ klik hier.
Ben je ‘bedrijf of instelling’
klik dan hier.
Voor particulieren
Waarschijnlijk heb je al vele boekjes gelezen over dit
onderwerp. Misschien wel die van mij. De kans is groot dat
je cursussen hebt gedaan, misschien wel in therapie bent
geweest. Dan is het herkenbaar wat mij ook overkomen is: ik
zie het allemaal wel, ik snap ook wel hoe het in elkaar
steekt, maar ik vind het behoorlijk lastig om een en ander
in nieuw gedrag om te zetten.
Om deze impasse te doorbreken heb ik het boekje ‘De
ontdekking van je ding’ geschreven. Maar omdat ik weet hoe
lastig het is om van lezen naar doen te komen, heb ik wat
extra mogelijkheden aan te bieden:
1. ontploetergesprekken
In deze gesprekken proberen we scherp te krijgen waar het
probleem zit, waar je weerstanden vandaan komen, hoe je je
er van kan bevrijden en welke concrete stappen je kan
zetten. Als je die stappen gaat zetten, blijf ik er bij om
je te ondersteunen en wakker te houden. Ontploetergesprekken
kunnen zowel individueel als in groepsverband worden
gehouden. Al naar gelang je voorkeur. Aan het meedoen met
een groep gaat overigens altijd een individueel gesprek
vooraf
2. Je ding vinden
Dat met je leven doen waar je ziel en zaligheid in zit. Waar
passie en hartstocht stroomt. Wat van al je talenten en
mogelijkheden gebruik maakt. Waar je helemaal voor gaat. No
matter what. Onder de verzamelnaam: je ding. Je eigen ding
doen. Meestal weten we niet wat ons eigen ding is, doen we
de dingen van anderen. Je eigen ding: je moet er een keer
achterkomen. Om daar een start mee te maken organiseer ik de
‘heidag met jezelf’. Bedrijven gaan vaak een dag de hei op
met hun medewerkers als er een probleem moet worden
opgelost. Waarom niet een zelf een dag op de hei
doorgebracht. Maar dan gestructureerd en met andere mensen
die ook de stap naar het vinden van hun ding willen maken.
Onderstaand het programma voor die dag:
Stap 1. Stel jezelf de volgende vragen:
Want vond ik leuk?
Wat doe ik graag?
Wat kon ik goed?
Wat ging me gemakkelijk af?
Wat hierbij goed helpt, is kijken naar de dingen waar je gek
op bent. Die je lekker vindt. Waar je boos van wordt. Of
blij. Waar je je aan ergert. Waar je graag naar kijkt. Waar
je om moet la-chen. Of huilen. Wat je mooi vindt of juist
heel erg lelijk. Er zit volop informatie en inspiratie in
deze onderwerpen.
Stap 2. Maak een top drie.
Stap 3. Kijk of er bij je top drie een activiteit zit
waarvan je hart een sprongetje maakt, waar je bloed van gaat
stromen, waar je energie van krijgt, waar je blij van wordt,
waar je om moet lachen. Bepaal de nummer één.
Stap 4. Kijk nu naar wat bij je nummer één de
grootste belem¬mering is. Waar je bang voor bent. Wat je
tegenhoudt. Maak er een lijst van.
Stap 5. De laatste stap voor deze dag. Schrijf op hoe
je leven er zou uitzien als je je nummer één zou volgen. Hoe
je je zou voelen. En schrijf op een andere pagina hoe je
leven eruitziet als je niet je nummer één volgt. Hoe je je
dan voelt.
Wil je meedoen aan een heidag met jezelf, stuur een mailtje.
Voor bedrijven
Van eigen identiteit losgezongen
In onze pogingen het beeld dat de omgeving van de
onderneming heeft mooi en bijzonder te maken, in de focus op
de buitenkant, het imago, hebben we erg veel geld en energie
gestopt. Naar nu blijkt niet allemaal met even veel
resultaat. Ik kom de laatste jaren twee opvallende feiten
tegen:
1.De realiteit is dat 95% van de veranderingsprocessen
mislukt. Dat nieuwe systemen elkaar in noodtempo opvolgen.
Dat nieuwe processen nauwelijks de kans krijgen zich te
zetten en nieuwe imago’s de oude razendsnel moeten doen
vergeten. Aan alle kanten wordt er gesleuteld aan de
onderneming. Resultaat is dan ook: er verandert weinig,
herstructureringskosten lopen de pan uit, het management
boet in aan geloofwaardigheid, de veerkracht en innovatie
neemt af, het rendement stokt, de leiding volgt elkaar in
noodtempo op, talent verlaat het schip, overnames en fusies
moeten de boel redden. Wat rest is een vrij diffuus beeld
van de onderneming..
2..Medewerkers zitten steeds minder ‘lekker in hun vel’.Het
ziekteverzuim staat op 4%. Het mentale verzuim is vier keer
hoger (16%). Te hoge werkdruk komt bij 30% voor. Van het
niet kunnen ontwikkelen van hun mogelijkheden hebben 53% van
de medewerkers last. En slechte interne communicatie staat
voor 45% van het ongenoegen. Dit heeft in hoge mate te maken
met het eerste punt. De onveiligheid ten aanzien van de
onderneming (waar gaat het heen, wat willen ze met mij) is
sterk toegenomen. Ook al voor de crisis. Relatieve
duidelijkheid heeft plaatsgemaakt voor onduidelijkheid.
Beide feiten zijn het gevolg van het niet duidelijk hebben
(en daar onzeker over zijn) van wie je bent en waar je voor
staat. Van je eigen autonome plek, van je identiteit. Door
een veelheid van invloeden en gebeurtenissen van buiten af
en onze voortdurende (over)reactie daarop, zijn we min of
meer losgezongen van onze eigen identiteit. En wordt ons
handelen minder bepaald door onze eigen sterkten
(competenties, vaardigheden, talenten, kennis, ervaring)
maar meer door, althans dat denken wij, wat de buitenwereld
van ons verwacht. Dan wel, en dat is dan wat meer ego-driven,
door de bijzondere plek die we in de buitenwereld willen
innemen.
In 1997 liet Arie de Geus in zijn mooie boek ‘The Living
Company’ al weten dat
“bedrijven met een lange levensduur zich kenmerkten (naast
een paar andere dingen) door een sterk gevoel en coherentie
met hun eigen identiteit”
Er is dus veel voor te zeggen om juist in deze tijd van
grotere verwarring de eigen identiteit onder de loep te
nemen. Zeker nu van alle kanten ook nog eens gevraagd wordt
om authenticiteit (echt, oprecht, betrouwbaar, origineel,
kwaliteit). We bevinden ons echter in een dilemma tussen het
willen ontsnappen aan je eigen identiteit (ik ben niet goed
genoeg, het is onveilig) en het vinden van een nieuwe
identiteit (nu vinden anderen mij goed genoeg, ik ben
veilig). Het verleden wordt afgewezen, de niet bestaande
toekomst omarmt, de plek waar je vandaag opstaat, wordt niet
gezien. Het doorbreken van dit dilemma, het vinden van de
feiten en redenen – en die vind je – dat je nu al goed
genoeg bent, geeft veerkracht en leidt tot een aantal
belangrijke gevolgen:
1. bron van energie
2. creativiteit
3. nemen van betere beslissingen
4. risico’s durven nemen
5. dragen van verantwoordelijkheid
6. versterken weerbaarheid
7. robuust bedrijfsbeeld
8. coherente cultuur
Iets dat niet alleen geldt voor het bedrijf zelf, maar ook
voor de mensen die er werken.
Op weg naar een robuuste bedrijfsidentiteit
Een identiteit die staat. Niet een speelbal van de omgeving.
Maar een die op eigen, innerlijke en authentieke kracht zijn
weg baant en eigen pad loopt. Voortdurend in beweging,
energie genererend. Ach, wie wil dat niet? Maar hoe? Door
een simpele focus op een viertal elementen: de eigen
identiteit, de vakmanschap van het maken, de verbindende
betrokkenheid, de duurzame opdracht.
De eigen identiteit
Een identiteit is een min of meer compleet beeld dat iemand
van zichzelf heeft en die in energelei mate overeenkomt met
het beeld dat anderen van hem hebben. Het is een resultante
van persoonlijke ontwikkeling en de interactie met de
omgeving. Een identiteit groeit niet vanzelf. Het ontwikkelt
zich. Juist in de wisselwerking tussen omgeving,
maatschappij en cultuur. Een identiteit uit zich in vorm,
taal, geschiedenis, communicatie en gedrag. Daardoor is een
identiteit meer dan een toestand of een kwaliteit maar
vooral een bron van energie. De basis van de eigen
identiteit wordt gevormd door principes, overtuigingen en
waarden. Met onderliggende deugden.
Principes: (grond)beginsel, wezen, kern, aard, essentie,
stelregel
Overtuigingen: geloof, mening, opvatting
Waarde: belang, betekenis, nut
Deugden: kwaliteit, gehalte, niveau
Werken aan je eigen (bedrijfs)identiteit begint met het
simpelweg vastleggen van wat we onder deze begrippen
verstaan en het verhaal dat we te vertellen hebben.
De vakmanschap van het maken
Ik ken weinig mensen die niet met groot genoegen kijken naar
een vakman die aan het werk is. Of het nou een vioolbouwer,
een automonteur of een meubelmaker is. Hij is gedreven aan
het werk en de vaardigheden druipen ervan af. Hier is
innerlijke kwaliteit bezig. Het verlangen het werk goed te
doen uit liefde voor het werk. Niet om hoge ogen te gooien
of bewondering te oogsten. Geen van buiten opgelegde waarden
of normen, maar innerlijke waarden en normen vormen de
drijfveer. De fundamentele behoefte om iets goed te doen.
Het lijkt of deze innerlijke kwaliteit de laatste twintig à
dertig jaar zo goed als verdwenen is. Of deze plaats heeft
gemaakt voor een ‘buitenkantkwaliteit’. Voor iets wat op het
oog goed is. Maar de passie van het vervaardigen en de drang
om werkelijke kwaliteit te bieden, ontbreekt. Het lijkt meer
om efficiency en rendement te gaan, met bijbehorende
effecten als massaproductie, goedkope onderdelen, het meest
trendy design en de meest opvallende reclamecampagne. Ik
vind dat jammer, omdat ik geloof dat we iets essentieels
kwijtraken.
Vakmanschap heeft te maken met ‘roeping’. Iets wat wezenlijk
anders is dan een job of een carrière. Roeping heeft voor
ons een meer religieuze betekenis, maar het krijgt een
andere dimensie als je het woord beroep erin herkent.
Vakmanschap gaat over bedreven iets doen, over ‘pure’
drijfveren om iets te doen. Het heeft voor mij altijd iets
van een ‘kalme besluitvaardigheid’. Het juiste tempo, het
juiste ritme. Met een scheut onverstoorbaarheid. En een
flinke schep overgave. Je geeft erom.
Vakmanschap wordt vaak in verband gebracht met oude
ambachten. Maar ik zie geen reden waarom vakmanschap niet
zou kunnen gelden voor een directeur, een verpleegkundige,
een accountmanager, een verkoper, een redacteur, een
barkeeper of een sporter. De nieuwe ambachten. Of ze nu met
de hand of het hoofd uitgeoefend worden.
De verbindende betrokkenheid
Het is een beetje een vicieuze cirkel: wat was er eerst, de
afnemende betrokkenheid van bedrijven naar mensen, of de
afnemende betrokkenheid van mensen naar bedrijven? Ik heb
sterk het gevoel dat het eerste het eerst was. Dat
medewerkers (behalve die paar die in de watten werden
gelegd) het gevoel hebben gekregen dat hun betrokkenheid
niet meer van belang was. Inwisselbaar, overbodig,
boventallig. Dat het over iets anders ging: over tijdelijke
krachten, uitbesteden aan derden, arbeid verplaatsen naar
lage lonen landen, kostenbesparingen, winst maken die niet
in de onderneming terug kwam. Het persoonlijke contact
verdween. Communicatie vond plaats via email en huisorganen.
Luisteren is verleden tijd geworden. Met als resultaat dat
de betrokkenheid van medewerkers voor de organisatie op een
nulpunt staat: “Ik hoor er niet meer bij” . Maar waar zou je
nog bij moeten horen? Het klinkt misschien iets te
theatraal, maar beide partijen (het onderneming, de
werknemers) dreigen in een isolement te geraken. Het
herstellen van deze verbinding is de meeste belangrijke
opdracht die ons het komende decennia te doen staat. De
identiteit van de onderneming is daar het fundament in.
De duurzame opdracht
De duurzame opdracht is sterk gerelateerd aan de deugden van
de onderneming. Duurzaamheid is vermoedelijk een
modeverschijnsel dat niet voorbij zal gaan. Het is wat dat
betreft ook geen probleem dat duurzaamheid in veel gevallen
wordt gebruikt als marketing strategie en verbetering van
het imago. Het verschil tussen woorden en daden, als eerder
gezegd. De tijd zal een dergelijk gebruik van duurzaamheid
inhalen. Het is een begin. Voor wie duurzaamheid serieus
neemt liggen onder het woord een drietal
basisbegrippen:Intimiteit: het vermogen relaties aan te
gaan. Generativiteit: maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Integriteit: het als zinvol ervaren van het eigen bestaan in
relatie tot de medemensen.
Of in gewone mensentaal: minstens net zoveel geven als je
neemt.
Zullen we het zo op de agenda zetten?
De vier elementen, identiteit, vakmanschap, loyaliteit en
duurzaamheid, staan onverbrekelijk met elkaar in verbinding.
Er zit ook een sterke samenhang in. De eigen identiteit is
de bron voor het vakmanschap. Het vakmanschap en identiteit
creëert betrokkenheid. Betrokkenheid legt de definitieve
relatie met duurzaamheid. Het is niet anders.
Speelt communicatie geen rol meer? Zeker wel, communicatie
blijft een belangrijk middel om in contact te treden met de
omgeving. Maar de opvatting over communicatie moet
veranderen. In een robuuste bedrijfsidentiteit zit de
communicatie al opgesloten. Hij hoeft hooguit vrij gemaakt
te worden.. We communiceren wat we doen en wie we zijn. Dit
in tegenstelling tot de klassieke vorm van communicatie: We
communiceren wat we gaan doen en wie we willen zijn. Een
sterke identiteit kenmerkt zich door een hoge mate van
congruentie tussen woord en daad. Bij een zwakke identiteit
zijn het eigenlijk alleen maar woorden, soms met diametraal
tegenovergestelde daden. De dialoog versus de declamatie.
Jan Peter van Doorn / Identiteitsvraagstukken voor mens
en bedrijf helpt deze veerkracht weer terug te brengen
in het bedrijf en bij de mensen. Op basis van de eigen
authentieke identiteit. Met bevlogenheid, inzet en
betrokkenheid. Met lezingen, workshops en advies. Als u
daarover meer wilt weten kunt u mailen met
info@janpetervandoorn.nl.
U kunt ook bellen: 06 55 81 30 81. Ik bied u een
vrijblijvend oriënterend gesprek aan. The way out is the way
through.
>> wie wat waar
>> terug naar boven
|
 |
|
|